Eén miljoen Nederlanders hebben burn-outklachten

30 december 2015

Het aantal werknemers met burn-out klachten of verschijnselen neemt de laatste jaren sterk toe.

De website van de Rijksoverheid meldde eind november 2015 dat het al snel richting de 13% van de beroepsbevolking gaat. Een gigantisch aantal en los van het leed voor de direct betrokkenen is het natuurlijk ook een grote kostenpost voor bedrijven. Burn-out leidt tot een langdurig ziekteverzuim, een grotere kans op arbeidsongeschiktheid en een lagere werkprestatie. Bij Kobussen & Partners zien we ook steeds meer cliënten die als gevolg van een burn-out in een outplacementtraject terechtkomen. Uit de verhalen van cliënten blijkt dat de periode die vooraf gaat aan het daadwerkelijk uitvallen gekenmerkt wordt door toenemende stress, energieverlies, vermoeidheid en een gevoel van nergens meer zin in hebben. Ze zijn lusteloos, apathisch, er komt weinig meer uit hun handen en ze hebben al een tijd het gevoel dat ze hun talent niet meer kunnen inzetten zoals ze dat gewend zijn. Veel cliënten geven aan dat hun zelfvertrouwen is aangetast en dat ze daardoor ook weinig meer durven te ondernemen en blijven zitten in een voor hun ongezonde situatie.

Burn-out wordt omschreven als een syndroom van extreme vermoeidheid (uitputting), het wegzakken van het vertrouwen in de eigen competenties en het steeds meer afstand nemen van het werk. Waarschijnlijk leidt voortdurende overbelasting tot het ontregelen van de sturing van de aandacht in ons brein waardoor concentratie- en slaapproblemen, vermoeidheidsklachten en ook soms een depressie ontstaat. Burn-out klachten zijn altijd werk gerelateerd, maar persoonlijkheidsaspecten spelen een belangrijke rol. De aanwezigheid van specifieke persoonlijkheidskenmerken vergroot de kans dat mensen in combinatie met een te grote werkdruk overspannen raken. Het zijn vaak mensen die hoge eisen aan zichzelf en anderen stellen, zich sterk verantwoordelijk voelen, moeilijk afstand kunnen nemen, geen grenzen aan hun inzet kunnen stellen, zich snel zorgen maken en eerder in problemen dan in kansen denken. Ook zien we regelmatig dat er naast werk gerelateerde problemen, privé problemen spelen, waardoor er op twee fronten energieverlies ontstaat. Het is vaak een sluipend proces dat jaren kan duren, tot het moment dat het echt niet langer gaat. De weerstand om te werken wordt steeds groter en mensen slepen zich vaak van weekend naar weekend en ook vakanties helpen niet meer om de accu op te laden.

Belangrijk is om eerst goed uit te zoeken wat de oorzaak van de overbelasting is, welk deel bijvoorbeeld toegeschreven kan worden aan het werk (taakbelasting) en welk deel aan persoonsgebonden factoren, zoals perfectionisme, controledrang, sterk plichtsbesef, etc. Er zijn vragenlijsten voor het meten van burn-out, zoals de Utrechtse Burn-out Schaal (UBOS), de Oldenburg Burn-out Inventory (OLBI) en de CSR. Ook de bekende Big-Five persoonlijkheidsvragenlijst kan aanwijzingen geven voor burn-out klachten. De schaal bestaat uit vijf dimensies: emotionele stabiliteit, extraversie, openheid, vriendelijkheid en consciëntieusheid. Hoge scores op de dimensie emotionele stabiliteit gaan vaak samen met hoge scores op de burn-out schalen. Neurotische en zeer betrokken werknemers hebben een grotere kans om een burn-out te ontwikkelen.

Deze lijsten gaan uit van de subjectieve beleving en meten hoe uitgeput zij zich voelen, hoe groot de afstand tot het werk is en hoe het met vertrouwen in de eigen capaciteiten is gesteld. Er is nog geen objectieve maat om burn-out vast te stellen, zoals hormoonspiegels en bloeddruk. De behandeling van burn-out klachten bestaat vaak uit een combinatie van afstand nemen tot het werk (een periode van rust), een goede analyse van de burn-out veroorzakers en het bewust worden van het gedrag dat nodig is om anders te leren omgaan met het werk. Vaak blijkt uit de analyse ook dat drijfveren, talenten en werkzaamheden niet goed meer op elkaar aansluiten. Veel mensen onderschatten de burn-out klachten en gaan vaak te snel weer aan het werk, waardoor ze onvoldoende tot rust komen en de klachten langer aanhouden. Werknemers met burn-out klachten presteren vaak minder goed dan hun collega’s, zijn vaker ziek en hebben een grotere kans om uiteindelijk arbeidsongeschikt te raken. Wat kunnen we nu doen om te voorkomen dat werknemers burn-out raken?

In de eerste plaats kunnen we ons richten op een tijdige signalering van de vaak al sluimerende klachten. Hierbij kunnen we denken aan het stellen van gerichte vragen die bijvoorbeeld jaarlijks tijdens het functioneringsgesprek of via een vragenlijst aan de orde komen. Door een goede voorlichting over het ontstaan van burn-out klachten, bijvoorbeeld in de vorm van een workshop of een training, kunnen we werknemers eerder bewust maken van de risico’s. Binnen de organisatie kan nagedacht worden over maatregelen om medewerkers te helpen om beter om te gaan met werk gerelateerde risicofactoren. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan het vergroten van de regelmogelijkheden, het verminderen van de taakeisen, het efficiënter organiseren van het werk en een faciliterende en betrekkende stijl van leiding geven. Ook kunnen we denken aan interventies die meer gericht zijn op de persoon en het anders leren omgaan met werkdruk. Bijvoorbeeld grenzen durven stellen aan de inzet, verminderen van perfectionistisch gedrag, kunnen loslaten en delegeren van werkzaamheden en minder gevoelig zijn voor kritiek.

Kobussen & Partners Psychologen heeft veel expertise in het coachen van werknemers waar het gaat om het in balans blijven en het op een gezonde wijze leren inzetten van hun talenten. We zouden meer voorlichting kunnen geven aan managers en HR-medewerkers om tijdig in te kunnen grijpen voordat werknemers dreigen om te vallen als gevolg van toenemende stressklachten. Tijdig ingrijpen kan veel persoonlijk leed voorkomen en voor het bedrijf kosten besparend zijn.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Paul Westerman, arbeids- en organisatiepsycholoog (tevens arbeids- en gezondheidspsycholoog) bij Kobussen & Partners 06 – 53 29 82 17 of de instelling 073 – 5 22 05 03.